De gemeenteraad keurde op 26 augustus 2024 de laatste versie van de rechtspositieregeling voor het personeel van lokaal bestuur Haaltert formeel goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurde tijdens de zitting van 22 september 2025 de voorgestelde wijzigingen van artikel 222 §1 over de vakantieregeling voor contractuele personeelsleden en een wijziging aan artikel 222 §2 over de fietsmobiliteit principieel goed.
De voorgestelde wijzigingen werden voorgelegd op het vakbondsoverleg van 15 oktober 2025. Uit het protocol van het onderhandelingscomité blijkt dat de vakorganisaties ACV Openbare Diensten en ACOD-lrb aanwezig waren en akkoord gingen op voorwaarde dat in artikel 180 over het vakantiegeld een verduidelijking werd opgenomen hoe het vakantiegeld berekend werd om te vermijden dat de medewerkers loonverlies lijden door de omschakeling van de vakantieregeling. De vakorganisatie VSOA-lrb was niet aanwezig en formuleerde geen opmerkingen.
Het college van burgemeester en schepenen keurde de voorgestelde wijzigingen tijdens de zitting van 1 december 2025, na het verstrijken van de onderhandelingstermijn, principieel goed.
Deze aanpassing betreft volgende wijzigingen:
Vakantieregeling
Momenteel wordt de vakantieregeling openbare sector toegepast voor de statutaire personeelsleden, waarbij het lopende dienstjaar als referentiejaar wordt genomen.
Voor de contractuele personeelsleden wordt de vakantieregeling privé-sector toegepast voor wat betreft de wettelijke vakantiedagen, waarbij de opbouw gebeurt op basis van de prestaties van het vorige dienstjaar. Voor de bijkomende vakantiedagen wordt ook het lopende dienstjaar in aanmerking genomen als referentiejaar.
Er zijn een aantal argumenten waarom het interessant is om de vakantieregeling publieke sector toe te passen voor alle personeelsleden, dus ook voor de contractuele personeelsleden.
Zo sluit een vakantieregeling die gebaseerd is op en opgebouwd wordt volgens de arbeidsprestaties in het lopende jaar, nauwer aan bij wat de Europese wetgeving vooropstelt, namelijk dat alle voltijds werkende werknemers recht hebben op twintig (20) vakantiedagen binnen het jaar waarin de prestaties geleverd worden (artikel 7 van de Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Europese Raad van 4 november 2003).
Daarnaast is er ook een belangrijk financieel voordeel door de lagere werkgeversbijdrage: besturen die het vakantiestelsel publieke sector volgen, betalen 0,40% loonmatigingsbijdrage minder en betalen geen 1,69% bijzondere bijdrage werkloosheid die anders verschuldigd is als de werkgever meer dan 10 medewerkers in dienst heeft.
Door deze lagere werkgeversbijdrage wordt de eenmalige kost van het enkelvoudig vakantiegeld ‘terugverdiend’ op minder dan 5 jaar.
De uitbetaling van het enkelvoudig vakantiegeld is een kost die het bestuur bij de omschakeling naar de vakantieregeling openbare sector voor alle contractuele personeelsleden collectief betaalt, terwijl die anders per personeelslid bij de uitdiensttreding of pensionering betaald moet worden.
Ten slotte is het vakantiestelsel publieke sector aantrekkelijker voor nieuwe medewerkers die in dienst komen: er moeten geen dubbele tellers (van het voorafgaande jaar en van het lopende jaar) bijgehouden worden door de Personeelsdienst en ze krijgen snel een duidelijk zicht op hun globale vakantiesaldo.
Fietsmobiliteit
Bij artikel 222 §2 over de fietsmobiliteit wordt de 3de alinea geschrapt naar aanleiding van de aanpassing van de fietspolicy (bijlage 10 arbeidsreglement).
Vakantiegeld
Op vraag van de vakbonden wordt volgende verduidelijking opgenomen:
Het vakantiegeld publiek stelsel bedraagt voor volledige prestaties die gedurende het hele referentiejaar zijn verricht, 92% van het maandsalaris van de maand maart van het vakantiejaar.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
De eenmalige kost van het uitbetalen van het enkelvoudig vakantiegeld aan de contractuele personeelsleden, dat anders bij uitdiensttreding of pensionering wordt betaald, wordt geraamd op 386.039,02 euro voor het gemeentepersoneel.
Het verschil in patronale bijdrage in één jaar wordt geraamd op 79.601,96 euro.
Hierdoor wordt de eenmalige kost op ongeveer 4,85 jaar terugverdiend, terwijl de lagere patronale bijdrage ook na deze periode blijft verder lopen.
Artikel 1: De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de aanpassingen van de rechtspositieregeling zoals opgenomen in de bijlage.